Geldgroei versus inflatie

Monetaristen geloven dat geldgroei leidt tot meer inflatie omdat zij uitgaan van de kwantiteitstheorie van het geld (MV = PY). Hierin staat M voor de geldhoeveelheid, V voor de omloopsnelheid van het geld (die relatief stabiel is op lange termijn), P voor het prijspeil en Y voor de reële productie. Volgens monetaristen zoals Milton Friedman wordt de reële output (Y) op de lange termijn bepaald door fundamentele factoren zoals technologie, arbeid en kapitaal, en niet door de geldhoeveelheid. Als de centrale bank de geldvoorraad (M) sneller laat groeien dan de groei van de reële economie (Y), en V relatief constant blijft, moet het prijspeil (P) stijgen om de vergelijking in evenwicht te houden. Inflatie is dus in essentie "te veel geld dat te weinig goederen najaagt". Monetaristen benadrukken dat dit verband vooral op middellange en lange termijn zichtbaar is, en pleiten daarom voor een voorspelbare, matige groei van de geldhoeveelheid om prijsstabiliteit te waarborgen.