De Federal Reserve geeft de voorkeur aan de PCE-deflator (Personal Consumption Expenditures) boven de bekendere CPI (Consumer Price Index) om een aantal methodologische redenen. Ten eerste heeft de PCE-deflator een flexibele, gewichtsaanpassing die rekening houdt met het feit dat consumenten hun koopgedrag aanpassen wanneer prijzen veranderen — als vlees duurder wordt, kopen mensen meer kip — waardoor het een realistischer beeld geeft van de werkelijke uitgaven. Ten tweede dekt de PCE een bredere reeks van goederen en diensten, inclusief zorgkosten die namens consumenten worden betaald door werkgevers of de overheid, wat de totale economische werkelijkheid beter weerspiegelt. Ten derde heeft de PCE-deflator historisch gezien een iets lagere en minder volatiele inflatiegraad dan de CPI, wat hem geschikter maakt als beleidsanker voor een centrale bank die streeft naar langetermijnstabiliteit rond haar doelstelling van 2%.