Zaibatsu

Sumitomo, Mitsubishi, Mitsui en Yasuda waren ooit de vier grote zaibatsu, de Japanse familieholdings die na de Tweede Wereldoorlog door de Amerikanen werden ontbonden. De eerste drie zijn echter herrezen als sogo shosha, de Japanse handelshuizen die als gediversifieerde conglomeraten opereren in grondstoffen, energie, infrastructuur, leasing, landbouw en technologie — en daarmee in feite functioneren als houdstermaatschappijen die zowel beleggen als ondernemen. De koersen van deze handelshuizen zijn de afgelopen jaren sterk gestegen door een combinatie van factoren: Warren Buffett begon eind 2019 belangen op te bouwen in alle vijf de grote sogo shosha (inclusief Itochu en Marubeni) en verhoogde die stap voor stap tot circa 10 procent per bedrijf, een totale investering van 23,5 miljard dollar eind 2024. Die steunbetuiging van de meest gerespecteerde belegger ter wereld werkte als een keurmerk. Tegelijkertijd profiteerden de handelshuizen van hoge grondstofprijzen, de zwakke yen die hun internationale winsten opstuwde, en een bredere herwaardering van de Japanse beurs dankzij verbeterde corporate governance — Japanse bedrijven zijn onder druk van de Tokyo Stock Exchange de aandeelhouder steeds serieuzer gaan nemen met hogere dividenden en ambitieuze inkoopprogramma's. Yasuda nam als zaibatsu een iets andere route: het ging na de oorlog op in het Fuyo-keiretsu rondom Yasuda Trust (nu Mizuho Financial Group), maar de andere drie handelshuizen bewezen dat de kern van het oude zaibatsu-model — gediversifieerde holdings met een langetermijnhorizon — nog steeds uitzonderlijk goed kan functioneren.