Huizenprijzen sinds Brexit

Waar Londen achterbleef, zien de Zuid-Europese hoofdsteden juist de sterkste prijsstijgingen. In Madrid lagen de woningprijzen de afgelopen twaalf maanden ruwweg 9 tot 12% hoger, omdat de stad per saldo inwoners blijft aantrekken terwijl de bouw de groei van het aantal huishoudens niet bijhoudt. Rome volgt met een stijging van 6,4% op jaarbasis in het tweede kwartaal van 2026, gedragen door een solide vraag en een voortdurend krimpend aanbod. Daar komt wel een inhaalslag bij, want de vraagprijzen liggen er nog altijd zo'n 19% onder de historische top. Parijs laat een ander verloop zien. Na het referendum stegen de prijzen eerst verder, mede gevoed door de verwachting dat banken en financiële instellingen vanuit Londen naar de Franse hoofdstad zouden verhuizen en door een hypotheekrente van rond 1%. Zo liep de gemiddelde prijs op van 7.935 €/m² in 2015 naar 10.558 €/m² in 2020. Deze eeuw keerde het tij juist, en in Parijs begon de omslag al in de zomer van 2020, eerder dan in andere grote steden. De oorzaken zijn de sterke rentestijging, die de prijsdaling grotendeels teniet deed voor kopers, en strengere kredietvoorwaarden. Ook weegt het oude Parijse woningbestand met veel slecht geïsoleerde woningen zwaar, nu de energielabelregels verhuur ervan steeds verder beperken. Verder speelden de uittocht naar goedkopere regio's na de pandemie, de huurprijsregulering en de verhoging van de overdrachtsbelasting naar 5% per april 2025 een rol. Per saldo ligt de Parijse prijs nu zo'n 11% onder het niveau van 2020. Rond 9.500 €/m² lijkt de markt inmiddels een bodem te zoeken.