Stabiele tienjaars rente

De afgelopen maanden is in de Verenigde Staten vooral de reële rente opgelopen, en dat is de meest betekenisvolle ontwikkeling. De nominale tienjaarsrente schommelt eind juli rond de 4,7%, nadat de Federal Reserve de rente onveranderd liet terwijl drie FOMC-leden juist voor een verhoging stemden. Belangrijker is dat de reële component het grootste deel van die beweging draagt: de reële tienjaarsrente op inflatiegekoppelde staatsobligaties is opgelopen tot ruim 2,4%, het hoogste niveau sinds oktober 2023, terwijl de dertigjaars reële rente met bijna 3% terug is op het hoogste punt sinds eind 2008. Waar een stijgende reële rente bij een vlakke nominale rente normaal duidt op afnemende inflatieverwachtingen, ligt het hier genuanceerder: de recente opleving hangt samen met het oplaaiende conflict met Iran, een oliesprong en de daarmee heropgeleefde inflatievrees, én met een centrale bank die verkrapping opnieuw op tafel legt. Het resultaat is dat sparen en beleggen in obligaties in reële termen weer echt renderen — de vergoeding bovenop de inflatie is meer dan het dubbele van het langjarige gemiddelde — maar de oorzaak is minder geruststellend dan een simpel verhaal van dalende geldontwaarding. Het is deels de goede reden (herstel van reëel rendement en discipline in waarderingen) en deels de minder prettige (een risicopremie voor geopolitiek en aanhoudende prijsdruk) die de reële rente nu naar dit niveau tilt.