Amerikaanse inkoopmanagers

De Amerikaanse inkoopmanagersindex (PMI) voor de producerende industrie is in februari 2026 eindelijk weer boven de cruciale grens van 50 punten uitgekomen, voor het eerst sinds medio 2022, waarmee een einde komt aan een langdurige periode van krimp in de verwerkende industrie. Deze zwakke jaren waren grotendeels het gevolg van de COVID-19-pandemie en de economische verstoringen die daarop volgden. Tijdens de lockdowns stortte de productie in, waarna een explosieve herstelperiode volgde met tekorten aan onderdelen, logistieke chaos en extreme prijsstijgingen voor grondstoffen. Maar toen deze acute problemen waren opgelost, verschoof het consumentengedrag structureel: mensen gaven hun geld liever uit aan restaurants, reizen, entertainment en andere diensten in plaats van aan nieuwe meubels, elektronica of auto's—producten die ze tijdens corona juist massaal hadden aangeschaft. Deze verschuiving naar de dienstensector deed de vraag naar industriële goederen teruglopen, terwijl tegelijkertijd de hoge rente investeringen in nieuwe fabrieken en machines ontmoedigde. Het resultaat was een langdurige malaise in de producerende industrie, met maandenlang PMI-cijfers onder de 50, wat duidt op krimp. Nu de rente daalt, bedrijven hun voorraden hebben gerationaliseerd, en de mondiale vraag naar industriële goederen aantrekt—mede gedreven door infrastructuurinvesteringen en de doorwerking van AI-investeringen in fysieke hardware—lijkt die onbalans tussen productie en diensten eindelijk te normaliseren, wat gunstig is voor de brede economie en voor sectoren buiten de dominante technologiereuzen.