De afgelopen twee jaar werd het rendement op de Amerikaanse aandelenmarkt gedragen door een handvol grote technologiebedrijven, waarbij de Magnificent Seven een winstgroei lieten zien die ver uitstak boven die van de overige 493 fondsen in de S&P 500. Die uitzonderlijke voorsprong is echter geen blijvend gegeven. Naarmate de basis waarop deze bedrijven hun groei moeten realiseren steeds groter wordt, neemt het tempo van hun winststijging onvermijdelijk af, terwijl de rest van de markt juist profiteert van een aantrekkende economie, lagere rente en het uitdijen van investeringen in kunstmatige intelligentie buiten de smalle groep koplopers. Waar de winstgroei van de Magnificent Seven in voorgaande kwartalen nog tientallen procenten boven die van de brede markt lag, loopt dat verschil de komende kwartalen geleidelijk terug. Analistenramingen wijzen erop dat de S&P 493 in de loop van 2026 een duidelijke versnelling laten zien, terwijl de groei bij de grootste namen normaliseert richting een nog altijd respectabel, maar minder spectaculair niveau. Deze convergentie betekent dat beleggers zich minder afhankelijk maken van een select clubje aandelen en dat de onderliggende verbreding van de markt een gezondere basis legt onder het rendement. Voor een goed gespreide portefeuille is dat een welkome ontwikkeling, omdat het de concentratierisico's vermindert die de afgelopen jaren juist zo nadrukkelijk zijn opgebouwd.