Een lineaire vergelijking groeit steeds met hetzelfde getal erbij (bijvoorbeeld +1, +1, +1), zoals het sparen van 10 euro per maand - dat geeft een rechte lijn op papier. Een exponentiële vergelijking groeit steeds door te vermenigvuldigen (bijvoorbeeld ×2, ×2, ×2), zoals een virus dat zich elke dag verdubbelt - dat geeft een kromme lijn die steeds steiler omhoog gaat. Het grote verschil is dat bij lineaire groei je altijd hetzelfde bedrag erbij krijgt, maar bij exponentiële groei wordt het bedrag dat erbij komt steeds groter omdat je vermenigvuldigt. Ons brein heeft veel moeite met exponentiële groei omdat we gewend zijn aan lineaire patronen in het dagelijks leven - we denken in stapjes zoals "als ik elke dag 1 euro spaar, heb ik na 30 dagen 30 euro", maar we onderschatten hoe snel exponentiële groei kan gaan (zoals bij corona-besmettingen of rente op rente), waardoor we vaak verrast worden door de plotselinge versnelling.