De inkoopmanagersindex (PMI) is een maandelijkse enquête onder inkoopmanagers die meet of de economische activiteit in een sector groeit of krimpt: een stand boven 50 duidt op expansie, onder 50 op krimp. Voor de productiesector kijkt de index naar orders, productie, voorraden, levertijden en werkgelegenheid bij fabrikanten — het is daarmee een vroege indicator voor de industriële conjunctuur en gevoelig voor handelsstromen en investeringscycli. Voor de dienstensector — die in westerse economieën veruit het grootste deel van het bbp vertegenwoordigt — worden vergelijkbare vragen gesteld over nieuwe opdrachten, bedrijvigheid en personeelsbestand bij bedrijven in sectoren als financiën, transport, horeca en zakelijke dienstverlening. Omdat inkoopmanagers als eersten veranderingen in vraag en aanbod waarnemen, geldt de PMI als een van de betrouwbaarste voorlopende indicatoren voor de economische groei, waarbij de composite PMI — de gewogen combinatie van beide sectoren — het meest gebruikt wordt als breed conjunctuursignaal.