Japanse kerninflatie

De drie Japanse btw-verhogingen – van 3% naar 5% in 1997, van 5% naar 8% in 2014 en van 8% naar 10% in 2019 – hebben telkens amper inflatie veroorzaakt. Redenen: Diepgewortelde deflatoire verwachtingen: consumenten en bedrijven rekenen op stabiele of dalende prijzen. Bedrijven absorbeerden een groot deel van de verhoging uit angst voor omzetverlies door felle concurrentie en zwakke vraag. De overheid compenseerde elke keer met forse fiscale stimuleringsmaatregelen (kortingen, subsidies, tijdelijke belastingverlagingen). De Bank of Japan hield het monetair beleid extreem ruim, wat prijsstijgingen verder dempte. Resultaat: de effectieve prijsstijging bleef steeds beperkt tot 0,3–0,8 procentpunt en was binnen een jaar weer verdwenen.