In 2024 bestond negentig procent van alle nieuwe elektriciteitscapaciteit wereldwijd uit hernieuwbare bronnen, terwijl kolen en gas samen nog slechts vijftien procent vertegenwoordigden. Deze verschuiving roept de vergelijking op met Eastman Kodak, waarvan het aandeel zijn absolute piek bereikte in de jaren negentig - precies op het moment dat digitale fotografie nog een marginaal marktaandeel had maar de technologie al superieur was geworden. Kodak domineerde toen nog de filmmarkt, net zoals fossiele brandstoffen decennialang de energiemarkt beheersten, maar de beurskoers anticipeerde niet op de onstuitbare opmars van de vervangende technologie. Als deze analogie opgaat voor de energiesector, dan ligt de koerspiek van fossiele energiebedrijven waarschijnlijk al jaren achter ons - niet omdat olie en gas morgen verdwijnen, maar omdat de groei definitief elders plaatsvindt. Beleggers die nu nog wedden op fossiele energie als groeiverhaal, maken mogelijk dezelfde denkfout als wie in 1997 dacht dat Kodak's dominantie eeuwig zou duren.