De spread tussen Brent en WTI is een uitstekende graadmeter voor geopolitieke onrust omdat beide benchmarks fundamenteel verschillende risicoprofielen weerspiegelen. WTI wordt geprijsd vanuit Cushing, Oklahoma, en reflecteert primair de Noord-Amerikaanse markt die dankzij de schalierevolutie grotendeels zelfvoorzienend is en geografisch beschermd tegen verstoringen in het Midden-Oosten. Brent daarentegen vertegenwoordigt de internationale markt die direct blootstaat aan risico's rond de Straat van Hormuz, Russische leveringen en Afrikaanse productie. Wanneer de spread oploopt, zoals nu het geval is door de oorlog tegen Iran, signaleert dat precies het verschil tussen de geïsoleerde Amerikaanse markt en de internationale markt die de geopolitieke risicopremie volledig moet absorberen. In rustige tijden schommelt de spread rond een paar dollar, gedreven door logistieke en kwaliteitsverschillen; in tijden van geopolitieke crisis wordt het een zuivere afspiegeling van hoe de wereld het risico op fysieke leveringsonderbrekingen inschat.