Toen Taiwan Semiconductor Manufacturing Company op 5 september 1994 debuteerde aan de Taiwan Stock Exchange, was dat de kroon op een opmerkelijk staatsgedreven experiment. Het bedrijf was in 1987 opgericht als joint venture tussen de Taiwanese overheid, het Industrial Technology Research Institute en Philips, dat destijds een belang van ruim 27 procent nam en naast kapitaal ook productietechnologie, intellectueel eigendom en de eerste chief executive inbracht. Morris Chang had het onorthodoxe idee uitgewerkt om uitsluitend chips voor derden te produceren zonder eigen ontwerpen, een foundrymodel waar Texas Instruments en Intel eerder geen brood in hadden gezien. De notering in Taipei gaf TSMC toegang tot publiek kapitaal op een moment dat de wereldwijde halfgeleidersector in een forse cyclische opleving zat en de vraag naar contractproductie structureel toenam door de opkomst van fabless ontwerpers als Nvidia, Qualcomm en later Apple. Sinds die introductie heeft TSMC een samengestelde jaarlijkse omzetgroei van ruim achttien procent laten zien en een vergelijkbare winstgroei, en in 1997 volgde als eerste Taiwanese onderneming een notering aan de New York Stock Exchange in de vorm van een ADR. Wat in 1994 begon als een nationaal industriebeleid met een beperkte free float, is inmiddels uitgegroeid tot de grootste niet-Amerikaanse beursgenoteerde onderneming ter wereld en een geopolitiek scharnierpunt waar vrijwel de volledige productie van geavanceerde AI-chips doorheen loopt.