Voor het eerst in jaren staan de inkoopmanagersindices voor de industrie in de Verenigde Staten, Europa, Japan en China én de wereldwijde graadmeter tegelijk boven de 50, de scheidslijn tussen krimp en groei: de Amerikaanse ISM kwam in juni uit op 53,3, de eurozone op 51,4 (het vijfde groeimaand op rij en het sterkste kwartaal sinds begin 2022), Japan zelfs op 54,9, China op 50,3 volgens de officiële NBS-meting, terwijl de wereldwijde industrie volgens de door J.P. Morgan gesponsorde index in het tweede kwartaal groeide in een tempo dat in vijf jaar niet is vertoond. Voor de wereldeconomie betekent deze gesynchroniseerde opleving dat de groei breder wordt gedragen dan een tijd het geval was: na jaren waarin vooral de dienstensector de kar trok en de industrie — met name in Europa — in krimp verkeerde, herstelt nu ook de conjunctuurgevoelige maakindustrie, wat doorgaans samengaat met aantrekkende wereldhandel, hogere investeringen en een steviger winstbasis voor cyclische sectoren.